De kracht van Klein

Ons gepatenteerd mechanisme, ontworpen door Secrid’s co-founder, geïnspireerd door zijn vader.

Het is lunchtijd. Vanwege corona zit co-founder René vandaag niet op het hoofdkantoor met zijn team, maar in de huiskamer bij zijn gevaccineerde ouders Gerrie (81) en Joop van Geer (91). We spreken elkaar via Teams, over de relatie tussen vader en zoon, hoe senior zijn junior inspireerde en het ontwerp van het veertje in de wallet.

Wat voor jongen was René?

Joop: Hij was in alles geïnteresseerd. Hij had een fascinatie voor alles ‘klein’. Maar hij was niet specifiek geïnteresseerd in techniek zoals ik. Hij ging eerst scheikunde studeren destijds.

René: Ik vond alles eigenlijk erg leuk. Biologie, scheikunde. Dat laatste ben ik gaan doen omdat ik de laboratoria zo leuk vond. Het glaswerk, dingen maken en het knutselen ook. Het was meer de romantiek om de scheikunde dan wat het in werkelijkheid is. De echte creativiteit die ik zocht, vond ik later in industrieel ontwerpen.

Nam u René als kind wel eens mee naar de Technische Universiteit in Delft waar u werkte?

Joop: Ja, ik werkte daar bij Vliegtuigbouw op de afdeling Sterkteberekeningen. Ik was docent/instructeur. Er stond daar een onderstel van een vliegtuig opgesteld, daarvan kon je zien hoe een wiel ingetrokken werd, dat fascineerde hem.

René: Ik was heel jong toen ik meeging naar de TU. Bewegende dingen, hoe iets in elkaar zit, zoals dat onderstel en de stoomtreinen in Duitsland vroeger bijvoorbeeld, dat fascineerde me inderdaad. Ik kreeg op jonge leeftijd ook technisch speelgoed, fischer technik, een kunststof variant van Meccano.

Joop: Hij kreeg dat speelgoed in partjes, eerst een begin set en na een tijdje had hij dan meer nodig om door te gaan. Nou dan kreeg hij dat en dan kon hij weer uitbreiden. Ik had een collega, die had zo’n hele set 2de hands op de kop weten te tikken, voor zijn zoon. Die heeft er nooit mee gespeeld. Hij kon er een hele tractor van bouwen! Maar als je alles tegelijk krijgt, dan kan je niks opbouwen. Dan heb je te veel. Je mist het verlangen van het uitbreiden. Nu was het bij René van ‘ik mis dit of dat, ik heb dit nodig’, en dat maakte het een uitdaging voor hem.

René: En het maakte je natuurlijk ook creatief, door met weinig middelen tóch iets te maken. Als alles in overvloed beschikbaar is dan wordt het al snel saai.

Deed u dat bewust, niet alles tegelijk aanbieden, zodat René zelf met oplossingen zou komen?

Joop: Het was niet met voorbedachten rade, het is meer zo gegroeid. Achteraf denk ik dat het goed is geweest zo. Het is in mijn opvoeding ook zo geweest. Ik had weinig en daar moest ik het mee doen. Die schaarste van de oorlogsjaren en daarna heeft je natuurlijk wel gevormd en beïnvloed, ja.

René: Schaarste is helemaal niet erg in dat opzicht. We zijn opgegroeid in een tijd waarin er in het begin weinig was. Hoe vaak ging je op vakantie, hoe vaak ging je uit eten? Eens in het jaar misschien. Alles was zo veel gematigder dan tegenwoordig, dat kunnen onze kinderen zich niet voorstellen.

Wat vindt u van die overvloed van tegenwoordig?

Joop: Met één druk op de knop en vanavond al in huis! Wij kopen zelf niets online, we gaan liever naar een winkel toe. Om te kijken, iets in handen te hebben en te voelen. We komen graag in kringloopwinkels, daar zie ik dingen van vroeger en dan zeggen we ‘oh ja dat hadden we toen ook!’ En soms koop ik het dan.

Hoeveel cardprotectors heeft u eigenlijk?

Joop: Ik heb er twee en Gerrie mijn vrouw heeft er 3. In eentje doe ik ook cash. Ze werken perfect! Ik heb geen verbeteringen aan kunnen brengen (lachend). Dat veertje in de cardprotector werkt heel goed. Het is een heel verfijnd ontwerp. Dat is echt typisch René.

René: Ik heb altijd een fascinatie met ‘klein’ gehad. Ik droomde ervan als kind, ik had er een angst/liefde mee. Mijn aandacht is altijd naar die kleine dingen gegaan. De mechanische oplossing en de beweging, daar heb ik veel mee. Een product dat je meedraagt is een verlengstuk van je lijf, waarmee je de tekortkomingen van je lichaam compenseert. Dat is ook zo leuk aan onze wallets, dat zijn persoonlijke dingen die je de hele dag bij je hebt. Juist dingen maken die voor iedereen bedoeld zijn en niet voor de happy few, daar word ik enthousiast van.

Dat veertje waarmee het armpje van de cardprotector open en dicht gaat, is dus een heel belangrijk onderdeel, kun je na al die jaren nog wel verbeteringen in aanbrengen?


René: We zijn natuurlijk al 12 jaar met dit product op de markt en alles wat we teruggestuurd krijgen bewaren we en bekijken we. Dan zie je vanzelf waar de Achilleshiel zit. We repareren wat we terugkrijgen of sturen een nieuwe cardprotector op. Dat veertje wordt dynamisch belast en is in principe het meest kwetsbare onderdeel van de wallet. Ieder hoekje, ieder afrondinkje is bepalend voor de levensduur. Wij testen hem op een miljoen keer bewegen. We hebben op een gegeven moment meer testmachines versleten dan veertjes!

Denken jullie dat op deze manier met producten omgaan de toekomst is?

René: Dat moet haast wel...

Joop: Voor de duurzaamheid, ja.

René: Je maakt een levensduur zo lang mogelijk, maar die wordt afgestemd op de gebruiksduur. Bij plastic bijvoorbeeld is de levensduur veel te lang, dat ligt na tientallen jaren nog steeds in de natuur. Maar de gebruiksduur van plastic is heel kort. Die twee moeten dus op elkaar afgestemd worden. En als de levensduur voorbij is, dan maken we bij Secrid dat het materiaal weer opgenomen wordt in de keten. We zijn 12 jaar geleden begonnen met het maken van de wallets en ze doen het nog steeds. De levensduur van de wallet is toch zeker minstens 10 jaar, dat was ook steeds ons streven.

Joop: Maar je zit natuurlijk ook met de mode. Draag je 10 of 20 jaar hetzelfde bij je? Of ga je met de mode mee?

René: Ik hoop eigenlijk op levensduurverlenging, ook bij kleding bijvoorbeeld. Kledingstukken van mooie natuurlijke stoffen die heel lang meegaan, dat draagt ook heel lekker. Een trui bijvoorbeeld die 40 jaar oud is en nog steeds goed is. Maar per productgroep zal het steeds anders zijn.

Is er iets in jullie leven, naast de wallet, dat al heel lang meegaat en waar jullie heel veel van houden? En dus geen afstand van doen?


René: Ik heb wel voorbeelden van schoenen en een trui die ik al heel lang gebruik, en een fiets die ik al heel lang heb, ja.

Joop: Ik heb oude bergschoenen waar ik heel veel op gewandeld heb en die zijn nou een beetje aan het verslijten. Ik heb al nieuw paar, maar ik loop nog steeds op die oude.

Gerrie komt in beeld met de geliefde bergschoenen, er zit een groot gat in een van de zolen.

René: Die kun je nog prima vervangen!

Joop: Het zijn schoenen waar ik veel mee heb meegemaakt, ze zijn deel van mij geworden.

René, ik zie nog een taak voor jou, met je vader naar de schoenmaker!

Gelach

Voor iedere broekzak de perfecte fit Maak kennis met onze wallets