Skip to main content
    Homepage
    DotUnusual_STP26_©BF_01

    .unusual

    Maartje Dros & Eric Klarenbeek

    Designers Maartje Dros en Eric Klarenbeek doen onderzoek naar duurzame grondstoffen en innovatieve maaktechnieken. Met hun studio .unusual, designers of the unusual gebruiken ze daarvoor biobased, levende materialen en 3D-printing. Het doel is een alternatieve productieketen realiseren die de aarde en het klimaat niet uitput, maar juist versterkt. 

    De huidige maakindustrie draait grotendeels op monoculturen: één materiaal, één traditionele productiemethode en één manier van afvalverwerking. Dit gepaard gaat met een hoge CO₂-uitstoot, onbruikbare reststromen en verlies aan biodiversiteit. Met name de bouwsector blijft sterk afhankelijk van extractieve materialen zoals beton en kunststof. 

    Eric Klarenbeek en Maartje Dros van designstudio .unusual zien de natuur niet langer als een onuitputtelijke bron van materialen, maar werken er juist mee samen: ze gebruiken snelgroeiende micro-organismen, zoals algen en mycelium, om producten mee te maken.  In hun werkplaats annex laboratorium experimenteren ze met industriële toepassingen van deze levende grondstoffen.  

    DotUnusual_STP26_©BF_02
    DotUnusual_STP26_©BF_03
    Copy: Jeroen Junte

    Translation: Jane Szita

    Photography: Blickfänger

    Uitgangspunt van jullie designpraktijk is het experimenteren met nieuwe grondstoffen. Jullie noemen jezelf .unusual, designers of the unusual. Is het pionieren jullie met de paplepel ingegoten?

    Eric: “Mijn vader, moeder, oudere broer en ik behoren tot de honderd eerste bewoners van Almere. Die stad bestond toen eigenlijk nog niet, overal werd gebouwd. Iedereen was nieuw op een plek zonder geschiedenis. Dat geeft een bijzondere dynamiek. Een bos was precies afgebakend met alle bomen strak in het gelid; ook slootjes zijn kaarsrecht. Ik weet niet beter dan dat de natuur iets is wat je kunt tweaken.”

    Maartje: “Ik behoor juist tot één van de oudste families op Texel. Daardoor voel ik mij sterk verbonden met de natuur en de elementen. Tegen de wind op de fiets naar school, ’s avonds nog even zwemmen in zee, met vrienden wandelen in de duinen. Texelaren zijn heel eigenwijs en zelfredzaam. Je moet ook wel, want de voorzieningen op zo’n eiland zijn schaars. Ik heb dus al heel jong geleerd dat als je iets wilt, je dat zelf moet regelen.”
    Waardoor zijn jullie – naast die robuuste leefomgeving – nog meer gevormd op jonge leeftijd?

    Maartje: “Mijn vader was grafisch ontwerper. Maar uiteindelijk moest hij het familiebedrijf overnemen en zijn droom van een kunstenaarschap opgeven. Wel heeft hij mijn moeder meegenomen naar Texel. Zij was een autonome Française die bovendien werkte, wat toen nog ongewoon was op Texel. Wij gingen op vakantie naar Frankrijk waar haar familie woonde. Texel voelde al snel te klein. Ik had een drang om uit te vliegen.”

    Eric: “Mijn moeder was coupeuse en mijn vader wilde muzikant worden, maar koos voor een baan als timmerman om zijn gezin te onderhouden. Thuis was er altijd muziek en werd er geknutseld. Ik drumde in bandjes en vormde een dj-duo met mijn broer. In zekere zin heb ik, net als Maartje, mijn ouders’ droom van een creatief beroep wel kunnen realiseren. Dat geeft dan ook een verplichting om er iets van te maken. Na school wilde ik daarom zo snel mogelijk die polder uit.”
    Wanneer beseften jullie: ik word designer!

    Maartje: “Ik twijfelde over een studie natuurkunde of kunstmatige intelligentie, maar koos uiteindelijk voor de Design Academy Eindhoven. Die opleiding leek mij creatief en kunstzinnig, maar ook sociaal. Ik was al jong heel maatschappijbewust, een echte wereldverbeteraar. Als designer sta je midden in de maatschappij, dacht ik. Met design kun je bijdragen aan de levenskwaliteit van mensen. Tegelijkertijd is een designopleiding ook heel praktisch, wat mij aansprak. Je leerde er echt nog dingen maken. Er was een digitale werkplaats en textielateliers, je kreeg kleurenleer. Ik was meteen op mijn plek.”

    Eric: “Ik heb eerst een jaar gestudeerd op het conservatorium in Arnhem. Ik zat alleen maar te drummen in een geluidsdichte kelder. Mijn huisgenoten studeerden mode en grafisch ontwerp aan de kunstacademie. Dat leek me veel afwisselender. Wat mij aantrok aan de Design Academy Eindhoven was de vrijheid om te tekenen en allerlei nieuwe dingen te ontdekken, zoals techniek.”

    • DotUnusual_STP26_©BF_04
    DotUnusual_STP26_©BF_05
    DotUnusual_STP26_©BF_06

    Hoe hebben jullie elkaar ontmoet?

    Maartje: “We zaten bij elkaar in de klas en dat klikte meteen. We vinden dezelfde dingen leuk en juist niet leuk. Tijdens de opleiding al bemoeiden wij ons voortdurend met elkaars werk. Na de Design Academy volgde ik een master in design voor de publieke ruimte.”

    Eric: “Ik begon mijn eigen designstudio voor conceptuele producten, een glazen bol met kleine ledjes in de rand. Daardoor straalde het glas licht uit en zag je geen directe lichtbron meer. Met behulp van technologie manipuleerde ik een natuurlijke proces als licht.”
    Wanneer kwamen deze werelden van kunstzinnige installaties, techniek en social design samen?

    Maartje: “We kregen de opdracht om een serie zitbanken te maken bij de historische forten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Deze zitbanken wilden we duurzaam produceren van lokale grondstoffen. Daarvoor hebben we een netwerk opgezet van leveranciers en makers. Staatsbosbeheer leverde het hout en de productie vond plaats in sociale werkplaatsen. In de banken was informatie over de Waterlinie gefreesd, wat gebeurde in hightech houtwerkplaatsen. Daardoor beseften we: als je als designer een productieketen wilt verduurzamen, moet je de spil zijn in het netwerk van leveranciers en makers, maar ook wetenschappers en onderzoekers.”

    Eric: “Tegelijkertijd merkten we dat we heel afhankelijk waren van een materiaal dat schaars was, namelijk de hoogwaardige houten planken. Daardoor realiseerden we ons dat we moeten produceren met duurzame grondstoffen die in overvloed beschikbaar zijn.”
    Dat klinkt simpel. Maar hoe vind je die duurzame én overvloedige grondstoffen?

    Maartje: “In eerste instantie onderzochten we het mogelijk is om te 3D-printen met gerecycled plasticafval. Maar al snel trokken we de conclusie dat recyclen een vervuilend systeem van plasticproductie juist in stand houdt. Daarom zijn we overgestapt op organische materialen die biologisch afbreekbaar zijn. Ons doel werd om zo te produceren dat we aarde en het klimaat niet uitputten maar juist versterken. Onze producten moeten de wereld schoner maken.”

    Eric: “We experimenteerden met 3D-printen met restmateriaal als houtvezels. Samen met wetenschappers van de Universiteit van Wageningen ontwikkelden we een manier om houtvezels te vermengen met stro, voedingsstoffen en mycelium. Dat zijn levende paddenstoelensporen, die zich als lange schimmeldraden verspreiden en uitharden tot een natuurlijke lijm. Om te laten zien dat deze techniek werkt, heb ik verschillende aanpassingen gemaakt aan 3D-printer om er een stoel mee te bouwen van levend materiaal, de eerste in zijn soort. Deze Mycelium Chair is lichtgewicht, sterk, goedkoop en volledig natuurlijk afbreekbaar. Aan het einde van de levenscyclus haal je de stoel door de houtversnipperaar en begraaf je hem in de achtertuin: hij is nog goed voor de bodem ook. De stoel is nu te zien in museum Centre Pompidou in Parijs.”

    • DotUnusual_STP26_©BF_07
    Onze producten moeten de wereld schoner maken.

    Hoe hebben jullie de stap gezet van een kunstzinnig museumstuk naar functionele consumentenproducten? 

    Maartje: “Voor de productie van mycelium waren we in contact gekomen met een paddenstoelenkweker voor de voedselindustrie. Met een partner uit de verpakkingsindustrie mochten in een hoekje van zijn kwekerij een laboratorium bouwen met een eigen kweekkamer en een experimentele productielijn. We hadden een manier ontwikkeld om deze gecultiveerde schimmelsporen in mallen te laten groeien. Die kurkachtige grondstof bleek eigenlijk alleen geschikt als verpakkingsmateriaal.” 

    Maartje: “Voor het opschalen van materiaalonderzoek naar massaproducten hebben we nu nog bedrijven nodig.

    Gelukkig weten die ons steeds vaker te vinden. Met bouwbedrijf Heijmans werken we aan Growing Facade, een collectie 3D-geprinte gevelpanelen van mycelium. Het materiaal biedt potentieel en kan veelvuldig toegepast worden: als gevelsysteem, plafond of binnenwand. Het is licht, sterk, brandvertragend, geurloos, dempend en volledig composteerbaar. De panelen hebben bovendien uitstekende akoestische eigenschappen en door het ademende oppervlak dragen ze bij aan een gezond binnenklimaat, bijvoorbeeld door vochtregulatie en hitteopvang.” 

    Eric: “De panelen worden vervaardigd door mycelium te laten groeien in 3D-geprinte mallen. Die techniek hadden we al ontwikkeld voor verpakkingsmateriaal. Het vormt een harde kern om het organische schimmelmateriaal, dat vooral als isolatie fungeert. Kennis die we vergaren in ons onderzoek, komt soms bij een ander materiaal of een andere toepassing weer van pas.” 

    DotUnusual_STP26_©BF_08
    DotUnusual_STP26_©BF_09

    Inmiddels werken jullie ook met andere natuurlijke grondstoffen. Hoe kwamen jullie op het spoor van algen?

    Maartje: “In hetzelfde laboratorium van Wageningen University waar werd gewerkt met mycelium, werd ook geëxperimenteerd met toepassingen van algen. Dat zijn plantaardige micro-organismen die kunnen uitgroeien tot zeewier. Algen groeien razendsnel van op zonlicht, en nemen daarbij ook stikstof op uit het water. Het is een duurzaam wondermateriaal. Omdat het overal ter wereld wordt verbouwd, kan er altijd lokaal mee worden geproduceerd.”

    Eric: “Met wetenschappers uit Wageningen hebben we onderzocht hoe we van algen een bioplastic kunnen maken. Als we gedroogde algen vermalen tot poeder, en vermengen met lijnzaadolie, suikers en bindmiddelen zoals aardappelzetmeel, ontstaat er een kleverige pasta van uitsluitend plantaardige grondstoffen. Van die pasta persen we lange draden van bioplastic, waarmee we vazen en andere producten 3D-printen. Het basismateriaal van zeewier is grover. Daarmee experimenteren we voor toepassingen in kleurpigmenten en als natuurlijk bindmiddel.”
    Hoe komen jullie aan die algen en hoe verwerken jullie die tot een bruikbare grondstof?

    Maartje: “Wij gebruiken uitsluitend zeewier van drijvende boerderijen of algen van kweekinstallaties op het land. Wanneer in de natuur een grote hoeveelheid algen groeit, is dat een signaal dat het natuurlijke evenwicht is verstoord, bijvoorbeeld door zee-opwarming of door industriële lozing. Door deze algen te gebruiken, zouden wij onderdeel worden van dat ontwrichtende systeem.”

    Eric: “Onze studio is een kleine algenfabriek geworden. Er staan ouderwetse koffiemolens om algen te vermalen en een bakkersoven om te experimenteren met droogtemperaturen en -tijden. Maar er is ook een clean room waar we, afgesloten van de studio, de algenoogst analyseren met een microscoop en kweekbakjes. Wij hebben een kleinschalige maar volledig circulaire productieketen ontwikkeld.

    Maartje: “Inmiddels hebben we een bioplastic van algen ontwikkeld waarmee we hoogwaardige en verrassende interieurproducten maken. Met 3D-printers maken we een collectie schakelbare algenvazen. Als we geen bedrijf kunnen vinden om mee samen te werken, dan doen we het gewoon zelf.”
    Hebben jullie ook een onderlinge rolverdeling?

    Maartje: “Van ons tweeën duikt Eric dieper in de techniek. Voor een interieuropdracht wilden we donkere verf gebruiken met pigmenten van zeealg. Eric denkt vervolgens een systeem uit hoe je deze kleurpigmenten het beste kunt mengen en toepassen, terwijl ik dan denk: maak gewoon één pot donkere verf voor dit project. Maar door zijn onderzoek doet hij ontdekkingen die we ook weer op andere projecten kunnen toepassen.”

    Eric: “Maartje heeft een goed oog voor de impact van een design. Ze is altijd gefocust op de functionaliteit van een toepassing. Design is een manier om mensen te verbinden. Dat kan door het verhaal dat we ermee delen, maar ook in gebruik, zoals de zitbanken in de openbare ruimte. Ze doorziet heel scherp hoe elke schakel in een productieketen duurzaam en verantwoord kan zijn.”
    Jullie werken samen met wetenschappers, musea, overheden en bedrijven. Hoe vinden jullie deze partners?

    Maartje: “Brutaal zijn en mensen overtuigen van de toegevoegde waarde van design. Als designers nemen we continu verschillende rollen aan: van materiaalontwikkelaar en producent tot ondernemer en verhalenverteller. Wetenschappers doen namelijk vaak geweldige ontdekkingen, maar zijn niet altijd bezig met de implementatie en toepassing. Bedrijven zoeken naar duurzame oplossingen, maar missen soms de kennis. Door ons werk met .unusual, verbinden we die werelden.”

    • DotUnusual_STP26_©BF_10
    Wij laten zien wat er allemaal mogelijk is met deze levende materialen.

    Dat klinkt alsof jullie voortdurend anderen moeten overtuigen van jullie verhaal. Hoe doen jullie dat? 

    Maartje: “Presentaties in musea of op design weeks zijn een effectieve manier om te laten zien wat we doen. Ook werken we graag in de openbare ruimte, waar iedereen ons werk kan zien. Voor de internationale tuinbouwmanifestatie Floriade in Almere hebben we een serie prototypes en toepassingen van zeewier en algen laten zien. Vervolgens werden we door de gemeente Amsterdam gevraagd om met de Universiteit van Amsterdam samen te werken in een innovatiepaviljoen dat startups een kans biedt om biobased materialen op locatie te testen. Kun je een gebouw als het ware kweken, in plaats van aan de aarde te onttrekken, zoals met cement of fossiele kunststoffen?” 

    Eric: “Ook de producten zelf zijn verhalend. Het zijn suggesties van wat er allemaal mogelijk is met hernieuwbare materialen als algen en mycelium. Veel mensen denken bij algen aan smurrie in het water en bij schimmels aan bederf. Wij laten zien wat er allemaal mogelijk is met deze levende materialen.” 

    Jullie zijn zowel onderzoekers als designers. Hoe vinden jullie daar een balans tussen?

    Maartje: “Wij zien het verschil tussen onderzoeken en ontwerpen niet zo. Door zelf nieuwe materialen te onderzoeken en toepassingen te testen, begrijpen we kwaliteiten van deze materialen heel goed. We weten wat je ermee kunt en wat niet. Het onderzoek stuurt in zekere zin ook het ontwerpproces. Zo zijn de geveltegels van mycelium het resultaat van een meerjarig onderzoek naar het laten groeien van mycelium in mallen. Door het onverwachte toe te laten, kom je tot grensverleggende resultaten.”

    Eric: “De combinatie van onderzoeken en ontwerpen biedt ons bovendien veel vrijheid. Als we een interessante materiaal of techniek ontdekken, kunnen we meteen gaan experimenteren met een toepassing in producten. We hoeven niet te wachten tot anderen iets voor ons hebben uitgevogeld.”

    DotUnusual_STP26_©BF_11

    Wat is jullie stip op de horizon als ontwerpstudio?

    Maartje: “Het lukt ons steeds vaker om verschillende onderzoeksresultaten aan elkaar te knopen. We zoeken nu naar een combinatie van mycelium en algen. Inmiddels hebben we een aantal succesvolle testen gedaan met mycelium dat groeit op een basismateriaal van algen. Deze grondstoffen zijn niet alleen duurzaam maar ook complementair: mycelium groeit op het land en gebruikt zuurstof, algen leven in zee en nemen stikstof op. Ze kunnen lokaal worden verbouwd en hebben veel toepassingen – van voedsel tot bioplastic. Zo zoeken we ook in onze designpraktijk naar een natuurlijke balans.”

    Eric: “Maar uiteindelijk zijn al die onderzoeken een middel. Het doel is om ervoor te zorgen dat innovatieve materialen en technieken breed worden toegepast, met producten die aantrekkelijk, bruikbaar en betrouwbaar zijn. Dat we gebruiksvoorwerpen creëren die op een duurzame manier zijn vervaardigd en waar zoveel mogelijk mensen plezier aan beleven. Daarin ligt onze toegevoegde waarde als designer.”
    Als je een boodschap zou mogen meegeven aan de volgende generatie designers, wat zou dat dan zijn?

    Maartje & Eric: “Blijf nieuwsgierig, blijf leren, en maak daarbij gebruik van kennis die er al is. Dat kan door samenwerkingen aan te gaan, interessante partners zelf te benaderen, maar ook door het uitpluizen van openbare datasets, waar al veel kennis gratis beschikbaar is.”

    Instagram

    Linkedin

    Website

    Meer interviews