
Christien Meindertsma
Christien Meindertsma onderzoekt de herkomst en samenstelling van alledaagse producten. Ze brengt in kaart waar materialen vandaan komen, hoe ze worden geproduceerd en waarvoor ze worden gebruikt; processen die door industrialisatie en globalisering vaak verborgen blijven.Â
De productieketen achter alledaagse gebruiksvoorwerpen is grotendeels onzichtbaar. Waar materialen vandaan komen en onder welke omstandigheden producten worden gemaakt, is voor consumenten nauwelijks te achterhalen. Dat vergroot de afstand die we ervaren tot gebruiksvoorwerpen. Huidige productieprocessen zijn niet houdbaar: ze putten de aarde uit en laten weinig ruimte voor alternatieven. Tegelijkertijd gaat historische kennis over natuurlijke grondstoffen en traditionele maaktechnieken verloren, terwijl die kan bijdragen aan een duurzaam, eerlijk en lokaal productiesysteem.Â
Met haar onderzoekende manier van ontwerpen ontrafelt Christien Meindertsma de verborgen herkomst van materialen en legt daarmee de ondoorzichtige productieketens bloot. In samenwerking met bedrijven ontwikkelt zij nieuwe materialen en duurzame producten, zoals de linoleumtegel Flaxwood en het 3D-geprint wol. Daarnaast deelt Meindertsma haar kennis via boeken en tentoonstellingen met het brede publiek, waarmee ze pleit voor meer transparante, lokale productie.


Translation: Jane Szita

Photography: Blickfänger
Was je als kind ook al zo nieuwsgierig en onderzoekend?
Ik was meer een dromer, denk ik. Ik ben enig kind in een warm gezin in een christelijk dorp. Mijn beide ouders zijn niet-gelovig en werkten allebei, waardoor ik na school bij een gastgezin met drie kinderen verbleef. Ik was er heel happy, maar ik voelde me ook een buitenbeentje, net als op school. Ondanks de vrije en avontuurlijke jeugd die ik heb gehad, heb ik tot mijn tiende gedacht dat ik naar de hel zou gaan omdat ik niet gedoopt was. Mijn progressieve ouders hebben elkaar ontmoet tijdens vrijwilligerswerk in Ivoorkust. Ze zijn altijd avontuurlijk gebleven en hechten veel waarde aan persoonlijke ontwikkeling en autonomie. Kies je eigen pad, was hun motto.
En dat eigen pad was designer worden?
Dat was in eerste instantie een intuĂ¯tieve beslissing. Ik bezocht de Design Academy Eindhoven op een open dag. Al die kasten met materialen, overal groepjes studenten die aan het overleggen waren, grote tafels met lappen stof – hier moet ik zijn, dacht ik. Ik herkende mij in al die mensen. Enthousiast, positief, creatief, eigenwijs. Pas in mijn laatste jaar van de academie ging ik nadenken over wat mijn rol als designer kon zijn.
Wat zette dat denkproces over wat voor designer je wilde zijn in gang?
Ik verbaasde mij erover hoe weinig we weten over de herkomst van alledaagse gebruiksvoorwerpen. Waar wordt een T-shirt gemaakt, en waarvan? Hoe? Door wie? Het is bijna onmogelijk om daarachter te komen. Hechten we ons daarom niet aan massaproducten? Daarom ontwierp ik voor mijn afstuderen een trui van wol van één schaap. Bij die trui zat een paspoort met informatie over dat schaap, zoals ras, leeftijd en zelfs een pasfoto. Je zag het verschil in wol tussen al die truien. Maar mijn docenten waren kritisch.
Mijn tweede afstudeerwerk was het boek Checked Baggage. Daarvoor had ik ruim drieduizend objecten die de douane op Schiphol in één week in beslag had genomen, geordend op vorm, soort en kleur. Alledaagse gebruiksvoorwerpen als een nagelvijltje of een dartpijltje werden na 11 september opeens gezien als een potentieel wapen. Het doen van onderzoek en maken van een boek werd als ‘te weinig een ontworpen object’ gezien. Maar deze twee projecten waren, kan ik achteraf wel zeggen, richtinggevend voor het soort designer dat ik ben geworden.
Ik ben een einzelgänger die graag samenwerkt
Hoe ben je vervolgens aan de slag gegaan als designer?
Ik was gefascineerd door de herkomst van grondstoffen. Om de verborgen materiaalstromen van alledaagse producten in kaart te brengen, kwam ik uit bij het varken. Veel mensen kijken neer op varkens en we stoppen ze weg in stallen zonder daglicht. Maar hun lichamen worden voor ontelbare producten gebruikt: vet in verf, haren voor verfkwasten, van botten wordt lijm gemaakt, gelatine komt in kogels terecht.
Uiteindelijk kwam ik uit op 187 producten, die ik heel neutraal heb afgebeeld in het boek PIG 05049, met op elke pagina één product. Dit boek moest een feitelijke opsomming zijn, die daardoor interessant is voor een varkensboer, een politicus én een veganist. Het boek laat zien hoe het varken wordt uitgebuit als industriële grondstof. Maar wat er ook in staat: varkens leveren een enorme economische bijdrage. Allebei is waar.
Wat wilde je bereiken met dit boek?
Als ik nou inzichtelijk maak hoe belangrijk varkens zijn voor de industrie, dan zal er vast wel iets verbeteren aan de slechte manier waarop we met ze omgaan, want wie wil dat nou? Achteraf gezien was die gedachte nogal naĂ¯ef. Er is nog steeds bio-industrie, wat droevig is. Ik voelde mij een designer die in z’n eentje een weird boek had gemaakt over de herkomst van producten, was ik wéér dat buitenbeentje. Totdat ik voor PIG 05049 werd onderscheiden met de Dutch Design Award. Toen ging er een knop om: ik deed dus toch iets goed!


Hoe heb je de volgende stap gezet in je ontwikkeling als designer?
Af en toe werd ik gevraagd om een product te ontwerpen, waaronder een serie producten van touw. Vroeger werd touw gemaakt van vlas, net als linnen. In de zeventiende eeuw was Nederland zelfs de grootste vlasproducent ter wereld. Tegenwoordig is Nederland een kleine producent en wordt 90 procent van de vlasproductie ook nog eens direct naar China geëxporteerd. Opeens kwamen er zoveel interessante invalshoeken samen: landbouw, industrie, geschiedenis, natuur, erfgoed en ambacht. De vraag was alleen: hoe kom ik aan Nederlands vlas?
Gelukkig won ik net op dat moment de Index Award, een internationale designprijs met een enorm geldbedrag. Daarmee kon ik in één keer de hele oogst van een Nederlandse vlasboer aankopen en ben ik op zoek gegaan naar de laatste industriële en ambachtelijke producenten van linnen en andere toepassingen in Nederland. Op een collectie tafel- en vloerkleden had ik gedecoreerd met mijn zoektocht naar de historie van de verdwenen vlasindustrie afgebeeld. Met een van de laatste touwslagers heb ik lampen en kleden van touw gemaakt. Deze ontwerpen zijn feitelijk de presentatie van mijn onderzoek naar de herkomst en toepassing van vlas. Jammer genoeg bleek de lokale productie te duur voor grote verkoopaantallen. Toch ben ik nog steeds heel blij met het onderzoek naar vlas. Ik deed allerlei interessante ontdekkingen waar ik niet naar op zoek was, maar die wel waardevol zijn gebleken.
Vinden wat je niet zoekt. Daar is een woord voor: serendipiteit. Ken je dat?
Ja! En ik geloof daar sterk in. Vaak weet ik van tevoren nog niet wat de uitkomst van een onderzoek is. Ik heb wel een vaag idee waar ik uit wil komen, maar ik laat wat ik onderweg leer daarbij een rol spelen. Inmiddels durf ik erop te vertrouwen dat mijn intuĂ¯tie herkent of iets waardevol is. Dit is misschien niet de meest efficiĂ«nte manier om tot een product te komen, maar voor mij is het de enige manier.
Beschrijf eens hoe serendipiteit een doorslaggevende rol in een onderzoek kan spelen.
In mijn vlasonderzoek was lijnolie een van die zijsporen. Dat wordt geperst uit vlaszaden en wordt met houtsnippers en kalk gemengd om linoleum te maken. Die grondstoffen worden allemaal geĂ¯mporteerd. Vervolgens had ik linoleumfabrikant Forbo gevraagd of ik mocht onderzoeken of hun product ook gemaakt kon worden van lokale grondstoffen.
In een hoekje van de proeffabriek mocht ik experimenten doen met linoleum. Ik bracht zelf verschillende ingrediënten in, zoals lokale houtsnippers en kalk dat als bijproduct was ontgonnen in Limburgse mijnen. De lijnolie had ik zelf gemaakt van mijn vlasoogst. Dat leverde prachtig linoleum op, met diepe kleuren en een natuurlijke structuur. Maar Forbo wilde er niet in investeren. Vanwege tijd- en geldgebrek moest ik dit onderzoek laten rusten.
Ik breng verborgen materiaalstromen van alledaagse producten in kaart
Hoe heb je zo’n sluimerend onderzoek vervolgens weer opgepakt?
Vitra, een van de grootste meubelfabrikanten ter wereld, vroeg of ik wilde onderzoeken hoe je producten kunt te maken van linoleum. Nu kon ik mijn onafgeronde onderzoek naar ‘Local Linoleum’, zoals ik het noemde, weer oppakken. Ik perste het linoleum tot blokken en liet het in verschillende vormen zagen; dat ging heel goed maar helaas bleek linoleum toch te kwetsbaar voor deze producten. Met het Britse bedrijf Dzek heb ik vervolgens Flaxwood ontwikkeld, een linoleum dat je als een soort klei kunt kneden en herkneden tot blokken, tegels en andere driedimensionale bouwelementen. Helaas ligt dat ook weer op de plank, omdat we geen producent kunnen vinden. Als een onderzoek even vastloopt, leg ik het wel vaker even opzij. En dan gebeurt er soms toch weer iets waardoor het in een stroomversnelling komt. Daarom presenteer ik Flaxwood op Dutch Design Week, in de hoop dat het weer iets in beweging zet.
Wat kan er gebeuren waardoor een onderzoek toch weer momentum krijgt?
Meestal is de aanleiding een opdracht van een museum, bedrijf of instelling. Zo kreeg ik van de gemeente Rotterdam de vraag of ik wilde nadenken over een toepassing voor de wol van Rotterdamse stadsschapen die dijken en grasperken kort grazen. Die wol werd noodgedwongen weggegooid, omdat de kwaliteit te slecht zou zijn. Ik dacht: zesduizend kilo wol, dat wil ik wel. Ook het idee dat zo’n mooi natuurlijk materiaal komt uit een industriële stad als Rotterdam, vond ik spannend.
Wat bleek, die wol was prachtig! Dat geldt overigens voor veel Nederlandse wol. Daarom heb ik op de Dutch Design Week verschillende producten gepresenteerd van Rotterdamse stadswol: meubelbekleding, gebreide sokken, een tweedjasje. Maar dat waren producten die al van wol worden gemaakt. Ik wilde ook een nieuwe toepassing ontwikkelen.


Hoe heb je dat aangepakt?
Een los eindje van het onderzoek was een handgemaakt blokje wol met de kwaliteiten van stevig kunststofschuim. Ik kwam op een idee: wat als ik van die traditionele wol met robots een duurzaam meubelschuim kan vervaardigen? Innoveren met technologie en ambacht. Met het bedrijf TFT (Tools for Technology) hebben we de Wobot ontwikkeld, een machine die een complete stoel kan 3D-printen van wol, zonder toevoeging van andere materialen. Dankzij een opdracht van museum Mudac in Lausanne, Zwitserland, heb ik nu tijd en budget om de Wobot zo te verfijnen, dat ik er niet meer zelf naast hoef te zitten.
Jouw projecten strekken zich over meerdere jaren uit, zoals naar vlas en wol. Hoe weet je wanneer je klaar bent?
Als ik het gevoel heb dat ik mijzelf herhaal, dan is er meestal een werkend prototype gerealiseerd. Een project is voor mij klaar als ik heb aangetoond: dit materiaal komt hier vandaan en dit product kun je ervan maken. Dat werk ik tot in de puntjes uit, want er mag geen enkele twijfel ontstaan of het klopt. Het vlas moet ook echt uit Nederland komen, of beter nog: dat je weet van welk kavel. Maar dat prototype vervolgens finetunen en op de markt brengen, dat is niet waar mijn talent ligt.
Als dat betekent dat het project kleinschalig blijft, dan is dat maar zo. Ik had lang de wens om een echte productdesigner te zijn, want ook ik wil het liefst dat zo veel mogelijk mensen mijn ontwerpen gebruiken. Maar inmiddels weet ik dat anderen dat laatste stukje beter kunnen dan ik.
Je hebt je ontpopt tot een soort materiaaldetective. Welke rol spelen fundamentele ontwerpkwaliteiten als esthetiek en functionaliteit in jouw ontwerpen?
De esthetiek volgt uit het onderzoek. Ik wil dat mensen mijn producten begrijpen. Dat je ziet waar ze vandaan komen en hoe zijn gemaakt. De functionaliteit zit niet zozeer in gebruiksgemak maar in het aandragen van duurzame alternatieven. Dat je een linoleumtegel in de shredder kunt gooien, waarna je er weer iets nieuws van kunt kneden.
Je werkt alleen, zelfs zonder stagiair of assistent, terwijl je toch meerdere grote onderzoeken tegelijkertijd doet. Waarom?
Ik wil kunnen pionieren en niet telkens hoeven uitleggen wat ik doe. Als ik iets interessant vind, dan wil ik daar heel impulsief op door kunnen gaan. Ik vind het geweldig om bij bedrijven rond te neuzen, het liefst in de fabriekshal of in het onderzoekslab. Dan zit ik daar als een soort koekoeksjong in hun nest. Maar ik vind het net zo leuk om alles te leren over verschillende soorten vlas van een ambachtelijke touwslager of over wol van een schaapsherder. Dat gaat nu eenmaal het beste in mijn eentje. Ik ben een einzelgänger die graag samenwerkt. Zo werk sinds een jaar of twee wel samen met een geweldig iemand die mijn grotere projecten in goed banen leidt. Zij is goud waard!

Je werkt in opdracht van bedrijven én culturele instellingen. Waarin zit het verschil tussen die twee?
Ik heb ze allebei nodig. Musea en platforms als de Dutch Design Week zijn onmisbaar om onderzoek te kunnen starten. Bedrijven gaan dat helaas niet financieren, daar zit voor hen te veel risico aan. Maar de duurzame transitie van materiaalstromen en productieketens moet van de bedrijven komen. Om die bedrijven te overtuigen, maak ik presentaties en tentoonstellingen. Dat is meteen ook om die kennis vast te leggen.
Met wol en vlas ben je nog wel even zoet, zo klinkt het. Heb je al een nieuwe fascinatie gevonden?
Wilgen! Zesduizend jaar geleden werden er al producten van wilgentakken gemaakt. VĂ³Ă³r het alfabet, vĂ³Ă³r het christendom, vĂ³Ă³r alles wat wij nu als onze beschaving zien. De relatie die wij mensen met dat materiaal hebben gaat zo diep. Maar de geknotte wilgentakken worden tegenwoordig grotendeels vermalen en dienen als biomassa voor energieproductie. Ik woon in de Betuwe en daar zie je overal wilgen.
Ik heb inmiddels al gesproken met boeren, wilgensnoeiers, en ambachtelijke vlechters. Die hebben bijzonder veel kennis, die vaak niet is vastgelegd. Over wilgen kun je namelijk alleen leren door ermee bezig te zijn met je handen. Daarom zit ik op vlechtles en heb ik een griend geadopteerd, dat is een stukje land met wilgenbomen erop. Wat daar uit gaat komen? Daar ben ik nu volop mee bezig. De eerste uitkomsten zullen ook te zien zijn op de solotentoonstelling volgend jaar in museum Mudac in Lausanne.
Als je een boodschap zou mogen meegeven aan de volgende generatie designers, wat zou dat dan zijn?
Volg je intuĂ¯tie. Als designer moet je je vaak begeven in een wereld die al vastligt. Zo worden producten gemaakt, en van dĂ¡t materiaal. Daarom is er juist behoefte aan mensen die daartegenin gaan. Die open staan voor nieuwe inzichten maar ook durven vasthouden aan hun eigen ideeĂ«n en idealen.


